De Weg van Water

Waarom juist de zwevende kiezer hoop biedt

Ingezonden voor de Marc Chavannesprijs

In 2023 toonde het Nederlandse volk opnieuw zijn onvrede met het huidige politieke establishment. Bij de Tweede Kamerverkiezingen zagen we een historische verschuiving in het stemgedrag, met de PVV die maar liefst 37 zetels behaalde [1]. De nieuwe partijen, NSC en BBB, behaalden ook spectaculaire resultaten, terwijl de eerdere populistische nieuwkomer Forum voor Democratie juist een grote nederlaag leed. Sinds de opkomst van het moderne populisme in Nederland, geïntroduceerd onder Fortuyns' LPF, lijkt het stemgedrag van de kiezer steeds grilliger te worden.

Deze electorale volatiliteit wordt doorgaans als probleem gezien. "De kiezer accepteert geen 'nee'," betoogde Tom Lash in zijn winnende Marc Chavannes-essay van vorig jaar [2]. De wispelturige kiezer wordt neergezet als een verwend kind dat onrealistische verwachtingen koestert jegens politici. De populist speelt hier handig op in met de belofte wél aan deze verwachtingen te kunnen voldoen – door keuzes te maken die de 'bestuurlijke elite' zogenaamd niet zou durven te nemen.

Maar wat als deze electorale volatiliteit juist een democratische kracht is? Wat als de huidige populistische opmars geen doorzettende trend is, maar de laatste stuiptrekking van een politiek die niet meer past bij onze tijd?

In verzuilde tijden bleef de kiezer trouw aan haar partij, ongeacht de prestaties van de gekozen volksvertegenwoordigers [3]. De moderne kiezer is een zwevende kiezer, en maakt bij elke verkiezing een nieuwe overweging. Dit heeft twee belangrijke, hoopvolle voordelen: snellere democratische correcties bij falend bestuur, én ruimte voor innovatieve politieke visies.

Wilders is geen nieuwkomer in de Tweede Kamer. Het is echter wel voor het eerst dat hij daadwerkelijk regeringsverantwoordelijkheid draagt. Waar voorheen vooral kritiek kon worden geleverd vanuit de oppositie, moeten er nu concrete resultaten worden geboekt. De weerbarstige werkelijkheid legt de bestuurlijke onervarenheid van de populisten bloot; verkiezingsbeloftes blijken in de praktijk onhaalbaar.

Volgens socioloog Zygmunt Bauman leven we in een tijdperk van 'vloeibare moderniteit' (liquid modernity) [4]. Traditionele structuren - een levenslang huwelijk, het wekelijks kerkbezoek, de vaste baan – zijn vervangen door constante verandering en vluchtige verbintenissen. Het individu draagt zelf de verantwoordelijkheid voor het vinden van zijn weg in het leven: bepalen wat goed en fout is, definiëren wat geluk betekent en het vinden van zijn plaats in de wereld.

Waar deze fluïditeit aan de ene kant vrijheid biedt, creëert het bij veel mensen ook een gevoel van onzekerheid en angst [5]. Onze wereld heeft in korte tijd ingrijpende veranderingen doorgemaakt. Denk aan progressieve maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de opkomst van emancipatiebewegingen rond LGBTQ+ en antiracisme. Globalisering zorgt bovendien voor meer verbondenheid op sociaal, economisch en cultureel vlak, maar leidt ook tot maatschappelijke spanning [6]. Daarbovenop komt de exponentieel versnellende technologische vooruitgang – met name op het gebied van AI – die alle aspecten van ons menselijk bestaan raakt.

Deze razendsnelle veranderingen vragen veel van de hedendaagse burger. Waar vroeger de gemeenschap, kerk of andere instituten richting boden, staat het individu nu vaak alleen in het navigeren van deze chaotische wereld.

Het is dan ook te begrijpen dat men zoekt naar houvast, naar zekerheid in onzekere tijden. Populisme komt niet voort uit kwaadwilligheid of domheid, maar uit een legitieme, menselijke reactie op een wereld die steeds lastiger te begrijpen is. De kiezer zoekt hoop en houvast in leiders die stabiliteit, herstel van orde en duidelijkheid beloven te brengen in een wereld waarvan zij zich vervreemd voelt.

"Niets is zachter of flexibeler dan water," schrijft Laozi in de Daodejing, "en toch kan niets het weerstaan." [7] Water lijkt mee te geven, maar slijt uiteindelijk bergen weg. Het neemt elke vorm aan, maar vindt altijd zijn weg naar beneden. Zo is het ook in onze nieuwe politieke werkelijkheid. Waar traditionele partijen decennialang als onwrikbare rotsblokken stonden in het politieke landschap, stroomt de kiezer nu als water om obstakels heen en verkent nieuwe waterwegen.

Deze fluïditeit wordt gezien als een bedreiging - populisten spelen tactisch in op de angst voor verandering en bieden schijnzekerheid. Immigratie? Grenzen dicht. Gezondheidszorg? Meer handen aan het bed. Klimaat? Wetenschappers afdoen als "drammers".

Net zoals stromend water kracht put uit beweging en aanpassing, zo ontleent onze democratie haar vitaliteit aan verandering. De huidige politieke fluïditeit is geen zwakte: een democratie die stagneert is als stilstaand water, waarin leven verstikt. Een democratie die stroomt, vernieuwt zichzelf voortdurend. En zoals water rotsen kan slijten, kan ook kiezersfluïditeit afrekenen met partijen, politici en bestuurders die niet leveren. In 2019 was Forum voor Democratie nog de grootste partij bij de Provinciale Statenverkiezingen [8], maar in 2023 alweer gereduceerd tot slechts 2 zetels in de Eerste Kamer en 3 in de Tweede [9]. Kiezers herkenden het contrast tussen de grootse beloften en de magere resultaten, en verlieten de partij.

Dit verantwoordingsmechanisme werkt effectiever in een beweeglijke democratie. De huidige coalitie illustreert dit treffend. Op vrijwel elke hoofdlijn uit het eufemistisch genaamde 'Hoop, lef en trots'-coalitieakkoord heeft men al moeten inboeten. Wilders beloofde het 'strengste asielbeleid ooit', maar van de aangekondigde totale asielstop is geen sprake [10]. De BBB verzette zich fel tegen 'gedwongen' krimp van de veestapel, maar ziet nu hoe juridische realiteiten deze belofte onhoudbaar maken [11]. Ook NSC moest kernpunten opgeven: het beloofde constitutionele hof, hét vlaggenschip van hun bestuurlijke vernieuwingsagenda, lijkt erg ver weg [12].

Deze voorbeelden tonen aan hoe confrontatie met bestuurlijke realiteit de populistische beloftes ontmaskert. Juist het feit dat populisten nu moeten regeren, versnelt dit proces. Waar zij in de oppositie konden volstaan met kritiek en simplistische oplossingen, staan zij nu voor de uitdaging concrete resultaten te boeken – of te erkennen dat hun beloftes onhaalbaar waren. Dit vormt geen tijdelijk obstakel maar een fundamentele uitdaging die inherent is aan populistische politiek. Politicoloog Matthijs Rooduijn (UvA) bevestigt dit patroon in zijn onderzoek: "Zodra populistische partijen meeregeren, verliezen ze meer dan gemiddeld kiezers." [13]

Kiezers ontwikkelen wat je een 'democratische immuniteit' zou kunnen noemen – na blootstelling aan populistische retoriek en de onvermijdelijke teleurstelling bij implementatie, worden ze minder vatbaar voor dezelfde tactieken.

Deze democratische immuniteit heeft alles te maken met wat psychologen de 'locus of control' noemen. Wanneer burgers geloven dat onze samenleving zelf controle heeft over haar lot en collectief problemen kan oplossen, is er minder behoefte aan populistische heilsbeloften [13]. Collectieve teleurstelling kan, paradoxaal, juist collectieve daadkracht versterken: burgers zien dat complexe problemen niet worden opgelost door grootse beloftes en zondebok-politiek. Dit verschuift de 'locus of control' van externe factoren (de elite, buitenlanders, het systeem) naar de gemeenschap zelf, waardoor burgers minder vatbaar worden voor nieuwe populistische 'verlossers'.

Polen is een recent voorbeeld hiervan. In 2023 werd de populistische PiS-partij na acht jaar weggestemd, ondanks een ongekend agressieve verkiezingscampagne [14]. Een brede oppositiecoalitie onder leiding van Donald Tusk bood een geloofwaardig alternatief. In een relatief conservatief land als Polen kozen burgers uiteindelijk voor een redelijk progressief alternatief na te hebben geleden onder jaren van populistisch bestuur [15].

En daar ligt de sleutel: voor werkelijke democratische vernieuwing is niet alleen een kritische, en ja – wispelturige - kiezer nodig, maar ook een hoopvol alternatief. Met nieuwe partijen als Volt, Denk en PvdD krijgt de kiezer ook steeds meer te kiezen. Deze gestaag groeiende partijen [16] bieden een idealistische toekomstvisie voor de lange termijn die afwijkt van het politieke middenveld. Ze richten zich op de problemen van deze tijd en gaan constructief en beleidsmatig te werk, in tegenstelling tot het destructieve en naïeve karakter van populistische partijen.

Als andere democratische partijen ook met innovatieve plannen durven te komen, heeft de burger daadwerkelijk wat te kiezen: een realistisch én hoopvol alternatief. Partijen die de kiezer een betere toekomst kunnen voorhouden, onderbouwd met gedurfde maar realistische plannen, zullen juist nu kunnen rekenen op kiezerssteun, wanneer de kiezer wordt geconfronteerd met het falen van de huidige populistische regering.

De naam van het coalitieakkoord, "Hoop, lef en trots" was eigenlijk nog zo slecht niet gekozen. Het vat precies samen wat we in de politiek nodig hebben. Hoop dat we, ondanks alle uitdagingen die er zijn, aan een betere toekomst bouwen. Lef, om vaker te kiezen voor onconventionele ideeën. En trots: erkennen dat we, als mensheid, op de schouders van reuzen staan.

Tegen de populist ingaan is zinloos; en onnodig. Stroom langs hen, en durf te kiezen voor hoopvolle alternatieven. Vuur bestrijd je niet met vuur, maar met water. En juist jij, als burger, hebt hierin een cruciale rol. Besteed je aandacht aan degenen die een andere politieke cultuur voorstaan: politici die groots durven denken, maar hun visie onderbouwen met doordachte argumenten. Die eerlijk zijn over de complexiteit van problemen, zonder te vervallen in cynisme. En die hun standpunten durven bij te stellen als nieuwe inzichten daarom vragen.

Een gezonde democratie is als een rivier die nooit stilstaat. Soms woelig, soms kalm, maar altijd in beweging. Dat is geen zwakte, maar haar grootste kracht.

Bronnen & Referenties